Een raad van beroepsethiek, ten dienste van het publiek en de media

/Een raad van beroepsethiek, ten dienste van het publiek en de media
Een raad van beroepsethiek, ten dienste van het publiek en de media 2015-05-13T12:36:24+00:00
Drapeau Belgique - Accueil version francophone Drapeau Allemand - Accueil version allemande Drapeau Royaume Uni - Accueil version anglaise

De Conseil de déontologie journalistique, opgericht in 2009, is een zelfregulerend orgaan voor de Franstalige en Duitstalige media in België. Hij wordt samengesteld door vertegenwoordigers van de uitgevers, de journalisten, de hoofdredacteurs en de burgerlijke samenleving. Hij oefent drie functies uit : informatie, bemiddeling en regulering.

De meerderheid van de journalisten die bij ons actief zijn wenst inderdaad te handelen conform de deontologie, zelfs indien de, meer bepaald economische, spanningen die wegen op de media voor hen de zaken niet gemakkelijker maken. Het streven naar de oprichting van een Deontologische Raad is ten andere niet nieuw, en zware inspanningen zijn de laatste jaren geleverd door de persuitgevers en de journalisten. Op 30 april 2009 heeft het Parlement van de Franstalige Gemeenschap het decreet gestemd dat een statuut verleent aan de CDJ. Deze nieuwe Conseil de déontologie journalistique wordt niet voor het eerst opgericht. Voor de eerste keer echter worden de journalisten en de uitgevers door een raad verenigd die beschikt over een juridische en financiële basis deze naam waardig, waardoor hij inderdaad van blijvende aard zal zijn.

Deze ambitie om te beschikken over een referentietool inzake deontologie belet niet dat door sommigen te goeder trouw vergissingen zullen worden begaan, en dat andere fouten opzettelijk zullen blijven. Soms onder druk, soms door eigen toedoen. De CDJ heeft meer bepaald als opdracht te antwoorden op de vragen, of meer bepaald de klachten van diegenen die menen slachtoffer te zijn. Hij treedt onpartijdig op, door eerst op te treden als bemiddelaar, en verleent gemotiveerde adviezen. Zijn roeping is niet ten allen prijze de journalisten en de media te verdedigen ten aanzien van het publiek, doch wel te verbeteren wat verbeterd dient te worden.

Sanctioneren is echter niet essentieel. De CDJ is in de eerste plaats een referentiepunt voor zij die een welbepaalde deontologie willen hoog houden en opleggen; een deontologie die niet altijd voldoende wordt onderricht of bekend is en die dient te evolueren omdat de media zelf ook veranderen. Meer bepaald de nieuwe technologie wijzigt grondig de manier waarop informatie wordt doorgegeven. Concurrentie verplicht ertoe om (te) snel te werken en om ten allen prijze spectaculaire informatie te brengen. Vele journalisten stellen zichzelf vragen over de normen die dienen gerespecteerd te worden in het licht van deze uitdagingen. De CDJ zal zich bekommeren over de codificatie van de deontologische regels, hetgeen betekent verzamelen wat reeds bestaat, het zoeken naar coherentie, en het aanvullen van de leemtes. Hij zal vervolgens een betere bekendheid van de deontologie nastreven. De constructieve opdracht gaat boven de “repressieve” activiteiten, zelfs indien deze laatste noodzakelijk zijn. Deze opdrachten worden gerealiseerd in overleg met de Conseil Supérieur de l’audiovisuel en de Nederlandstalige evenknie van de CDJ, de Raad voor de Journalistiek.

De CDJ heeft dus bepaald nut, zowel “intern”, naar de journalisten toe, als “extern”, naar het publiek toe. De opdrachten die hem zijn toevertrouwd hebben als ultiem doel bij te dragen tot kwalitatief sterke informatie en het recht van de burger om op correcte wijze te worden geïnformeerd.